DIE WERKEN VAN ONZE OMER KALESI
I.
De zwarte halte van wit is rood
of voordat het geel wordt
het verhaal dat ik u zal vertellen:
Wat komt er voor wit in deze vergankelijke wereld,
is wit een toestand van zwart?
Dit behoort juist tot het verhaal dat ik zal vertellen.
Of is het de overgang van wit naar zwart,
of de zwarte overgang van wit?
Dit behoort juist tot het verhaal dat ik zal vertellen.
Misschien is het wel de zwarte overgang van wit,
wat is in dat geval zwarter dan inktzwart?
Misschien is wit wel inktzwarter dan zwart
het verhaal dat ik u elke nacht zal vertellen.
II. (Roodkapje, 2007)
Ik ging achter het schilderij langs
de reis duurde veertig dagen veertig nachten.
Ik keek van rechts van de kant van Formoza
stond op de rotsen van Gibraltar
keek van links, was niet meer te houden
en zwierf de hele wereld rond:
De oogst wierp een discus in de hand van een dichter,
een schilder keek naar de voorspelling van water.
De wereld draaide, de derwisjen
draaiden in een andere baan;
het was de verjaardag
van "Roodkapje."
III. (Een hoofd op de boomstronk van Arago, 2006)
Er kwam een mier tevoorschijn uit de stam van een kastanje
ergens verder dan ver,
hij begroette de schaduw van een eekhoorn.
"Jij valt te vertrouwen, zei hij, alles hier,
mijn hoofd zal hier blijven,
ik weet het, heimwee is een slechte leidraad."
Ik heb hoe dan ook geen hoofd nodig
voordat ik Nazareth bereik
door het dal van de Tarsus
over de bergen van Antiochie,
Ik, de toekomstige toestand van het verleden.
Als een ik heb ik haast:
Een olijfboom verwacht mij
in een borstkas ter waarde van de wereld!
IV.
As zal ik planten
en een tapijt weven
met de treurige liefde van een gezicht.
Mensen zullen naar mij kijken mij zien.
Goed als ik niet gek ben in deze omgeving
wie is er dan wel gek behalve ik?
Ik zit te kijken naar de oneindigheid van water:
De meisjes met de lange vlechten halen water uit de bron.
V.
Magnetisch gezicht: Een magnetiserende plek;
termijnloze hechting van blikken
tussen ogen en ruimten.
Giet het ijzerstof in mijn lichaam,
mocht er geen derwisj uit tevoorschijn komen
dan snijd ik mijn pols door bij god,
volstaat dat nog niet dan zal ik o god,
aan de speeltafel, op de groene doek
een van mijn levens inzetten.
Zou ik een derwisj zijn zonder voeten en vleugels,
zou ik vragen wiens ogen deze ogen zijn
zijn ze dan van het verleden of van de toekomst?
VI.
Buiten het leven wilde ik ontwaken,
ze zeiden tegen mij dat dit niet zou kunnen:
"Zolang je tenminste geen doorn bent!"
Met deze houding is het heel moeilijk te leren sterven;
is het onsterfelijkheid?, volgens mij niet, (Dat past bij mij niet)
het is deze kant van mijn toevallige geboorte.
Ik wil sterven maar als het zover is met
mijn eigen dood - bij wijze van spreken -,
dan kunt u mijn hoofd zien.
Ik sliep maar het was een slaapwandelende slaap.
Mijn hoofd is niet het hoofd van Aziz Yahya,
de mooie Salome kan dansen zoveel ze wil.
Ja of nee,
kijk naar mijn vleugels. Ik zink!
Zoals het een wonder betaamt.
VII.
Als ik een architect van een vesting zou zijn,
zou ik dan voor mezelf een pyramide laten bouwen?
Nee, nooit!
Volgens mij niet! (Dat past bij mij niet of het is niets voor me)
Als ik de appelboomgaard van Max Jacob zou kopen,
als ik de appelwijngaard, de velden zou begieten -
dan zou ik hem van zijn ondankbare erfgenamen kopen -.
Naderhand een paraplu van Chinese zijde:
opdat de witte wereld van Omer niet nat wordt
in de aprilregens van Parijs.
VIII.
De schaduw van de herder waart rond in de diepten van het ravijn.
Zijn lege regencape
rust achter de waterval;
de herder is halverwege het ravijn.
De Balkanadelaar Omer Kalesi
ziet dit alles met zijn vrije oog
helemaal vanuit de hoogten,
zoekend naar de slang die het konijn in zijn hol belaagt.
Omer Kalesi is halverwege de hemel.
Hij zoekt de zaden van rust om in het ravijn uit te strooien.
IX.
Het hoofd van een vrouw zonder lichaam
op de Arago Boulevard in Parijs
in de stam van een paardenkastanje.
(Stelt u zich zoiets voor!)
Hij en ik -
Als ik "Ik!" heb gezegd, Omer Kalesi,
zijn wij ook allebei vrij
terwijl hij zich verbergt,
ik, een vers lijf
verbeeld,
leeftijdsloos!
Lichaam. borsten, benen,
een vochtig dal
en zijn schaduw die de sneeuw doet smelten
Op de bergen van Taurus in Turkije.
X.
(Een mensenhoofd zwijgt als een schilderij.
Laten we samen luisteren):
De waanzin heeft geen lichaam nodig,
hersenen zijn het begin van de menselijke kosmos.(de fase van menswording)
We herinneren ons de geliefde door haar gezicht,
kijken naar haar heupen en haar borsten
zien haar gezicht.
Zoals dit, bijvoorbeeld:
Een wereld zonder subject, zonder predicaat, zonder verbum!
Een geinhaleerde, gemummificeerde zin.
Geen lichaam nodig!
God en de duivel zijn na mij geboren!
XI.
" De Gotische windroos"
hoe kwam die in het wit van het schilderij terecht,
want er is geen zwart.
Nee! (Geen!)
Ik kan niets bedenken
het woord van mijn opa de boswachter:
Vertrouw de natuur niet kind! (Speel niet met de natuur kind)
Open hem als een heilig boek
als je hem al kunt openen
lees hem dan als een goddelijk teken
over de eeuwige en oneindige toestanden van een weduwe.
(Zo leerde hij de wereldkosmos kennen).
Zorg dat je het werk van vandaag afmaakt,
vooral doen! zei hij nog.
Maar ik ben de wisselaar van "morgen",
een goudsmit verliefd op de rondwaaiende winden.
XII.
Boerengezichten in de geur van een carbidlamp!
Hoe vul je zoveel
mensenmonden Omer?
Een mens kan niet weten, of hij honger heeft of genoeg? (of zij honger hebben of zij vol zijn)
Maar kijk goed naar zijn (hun) ogen dan begrijp je het wel.
Trouwens je kijkt en begrijpt.
Hoe kun je hun blikken weerstaan Omer?
Kom niet te dichtbij of je zult verbranden
en ons nog aansteken!
De sazdichter, de troubadour Omer,
de derwisj van de Balkan zonder schoenen, blootsvoets,
Verzamelt het Stof van de Wereld.
EEN STAD BELEVEN
Een stad beleven
is voor haar buigen -
zonder afspraak, zonder overeenkomst,
je zult alles doen wat ze zegt,
zonder nadenken, zonder tegenstand.
Als je een vreemdeling bent
en niet bereisd
dan zul je zeggen "een stad volstaat,"
"een enkele dode;"
die op haar keel gezeten
een glas water wil.
Je zult buigen reiziger!
precies zoals een slaaf,
misschien om te begrijpen,
wat het geluk is van een krijgsgevangene?
TREUZEL NIET
Als u verliefd bent;
Treuzel dan niet en verklaar uw liefde...
zend een telegram, bel,
schrijf...
stap in vliegtuigen, in treinen
in alle vervoermiddelen...
Ren, zoek, vind,
stuur een bericht, vertel het aan iemand....
Schrijf het op muren, kras het in bomen...
Doe dus al het mogelijke,
minstens; schrijf het op
twee bladen stropapier...
Maar treuzel niet!
Verklaar uw liefde...
ONGELOOIDE HUID
Ik ben niet moe,
van wachten op jou, dromen over jou, en de voorbije dagen,
ook al zou ik opnieuw beginnen aan een andere nederlaag.
Ik ben niet moe,
van de liefde, de vriendschap, en de dood,
met mijn ogen open kijk ik naar de nacht.
Ik ben niet moe,
van de pijn, de hoop, en de angst,
samen met de herfst begin ik te rotten.
Ik ben niet moe,
van het verleden, het heden, en de toekomst;
eens was ik eenzaam, gaandeweg ben ik daaraan ontstegen.